Grotestedenbeleid (GSB)

Het Grotestedenbeleid (GSB)-programma vormt een belangrijk kader voor de projecten die in Zuidoost worden ontwikkeld en uitgevoerd.

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina :
 

Grotestedenbeleid (GSB)

11 september 2007

De sociaal-economische vernieuwing in Zuidoost vindt grotendeels zijn beslag in de ontwikkeling en uitvoering van (meerjarige) projecten. Het Grotestedenbeleid (GSB)-programma vormt een belangrijk kader hiervan. Meestal worden de projecten medegefinancierd uit gemeentelijke, landelijke en Europese fondsen.

aahpim1427.jpg (68 Kb)

Op initiatief van de vier grote steden Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Amsterdam (de zogenaamde G4) ging in 1994 het grotestedenbeleid van start. Het doel is de problemen in de steden aan te pakken. Daarom maakten de steden samen met het kabinet afspraken over vijf onderwerpen: werk en economie, jeugd en veiligheid, zorg en opvang, kwaliteit van de sociale en fysieke leefomgeving en onderwijs. Naast de vier grote steden zijn ook 27 middelgrote steden bij het grotestedenbeleid betrokken (totaal G31). In het GSB wordt aan de steden overgelaten hoe zij resultaten op verschillende terreinen willen bereiken. De steden weten immers zelf het beste welke resultaten zij nodig hebben en op welke manier ze het willen doen.

In 2005 is de derde periode van het grotestedenbeleid (GSB III 2005-2009) ingegaan. De rode lijn is dat de burger voorop staat. De centrale thema’s van de nieuwe periode zijn:

  • verbeteren en vergroten van de veiligheid
  • verbeteren van inburgering en integratie
  • verbeteren van de woonwijken
  • versterken van de economische structuur
  • investeren in de jeugd

De steden hebben ieder een meerjarenontwikkelingsprogramma (MOP) opgesteld. Daarin geven zij aan wat zij eind 2009 concreet op bovengenoemde punten willen hebben bereikt. De afspraken en stedelijke ambities zijn vastgelegd in een prestatieconvenant per stad. Deze convenanten zijn op 11 maart 2005 ondertekend. Op basis van het MOP keert het Rijk middelen uit aan de steden uit het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) om projecten uit te voeren.

De minister voor Wonen, Wijken en Integratie is verantwoordelijk voor de coördinatie van het GSB. De vakministers zijn verantwoordelijk voor het eigen onderdeel van het GSB en voor de afstemming en samenhang tussen de beleidsonderdelen. Het Rijk volgt de stedelijke uitvoering van het beleid tijdens GSB-III op afstand. Na afloop van de convenantsperiode legt de stad éénmalig verantwoording af.

Voor Amsterdam is het MOP een belangrijk kader waarbinnen de gemeente stedelijke vernieuwingsplannen ontwikkelt en uitvoert. Stedelijke vernieuwing is een proces van lange adem. Amsterdam zet in het tijdvak 2005-2009 het beleid van de afgelopen jaren voort en sluit daarmee aan bij het vigerend beleid van het rijk. De ambities van de stadsdelen zijn omgezet in een reëel werkprogramma voor de stad als geheel.